De openluchtschool


De Eerste Openluchtschool voor het Gezonde Kind gerealiseerd in 1930, ontworpen door Jan Duiker en een voorbeeld van het Nieuwe Bouwen. Het werd een van Duikers belangrijkste werken. Zijn idealen over de architectonische vormgeving van een gezondere samenleving heeft hij in deze school tot uiting gebracht. De school is situeerd aan de Cliostraat in Amsterdam. Het gebouw is diagonaal op het terrein geplaatst met een van de hoeken richting het zuiden. Verder is de school ingesloten door een woonblok en bestaat het uit een poortgebouw en een hoofdgebouw. Sinds 1985 is de school een Rijksmonument. In 2010 is de school gerenoveerd om te voldoen aan de huidige eisen, enkele punten waren het achterstallig onderhoud, het energieverbruik, de herordening en de ventilatie.



Het schoolgebouw is opgetrokken uit glasgevels in stalen draairamen met een betonskelet van T-kolommen en uitkragende vloeren. De vloer was voorzien van vloerverwarming, zodat ook in de winter de ramen open kunnen. Dit was ontstaan uit het idee van voeten warm en het hoofd koel. Er zijn zelfs buitenlokalen waarin les gegeven kan worden.



Het schoolgebouw is kubusvormig en heeft net als zijn naam een open structuur. Het gebouw wordt gekenmerkt door licht, lucht en ruimte. Deze kenmerken sluiten aan bij het Nieuwe Bouwen. De open structuur wordt bereikt door het betonskelet met slanke stalen licht blauwe kozijnen. Door de kolommen niet op de hoeken te plaatsen maar in het midden zijn de hoeken volledig opengewerkt en komt het open karakter naar voren. Ook de steeds dunner wordende gevelbalken versterken dit effect.




Het gebouw is opgedeeld in vier kwadranten, die diagonaal liggen ten opzichte van de gevel geplaatste trappenhuis. Tegenovergesteld aan elkaar liggen twee leslokalen, die samen een buitenlokaal delen. Maar ook binnen hoorde in feite bij buiten. De glazen puien in het ijle betonskelet had Jan Duiker dan ook zo slank mogelijk ontworpen, met zo groot mogelijk te openen delen. Hij had gekozen voor hoge taatsramen, waarvan steeds twee als stolpramen – dus zonder middenstijl – op elkaar aansloten. Helaas bleek dit echter te veel van het nieuwe bouwen. De stalen profielen en het hang- en sluitwerk kon deze enorme formaten niet aan. In 1955 verbouwde Auke Komter de school, met respect voor Duiker. Onder meer paste hij de glaspuien aan. De te openen delen werden daarbij smaller en minder hoog.
Verder is in de plattegrond te zien dat er een grid is toegepast van 3700 bij 3700. De kolommen zijn niet op de hoeken geplaatst. Ook is de betonnen constructie in zicht gebleven, maar is de dragende constructie gescheiden gebleven van de ruimtescheidende delen. Verder zijn alle overbodige onderdelen weggelaten, zo zijn de kolommen op de bovenste verdieping slanker uitgevoerd dan de kolommen op lagere verdiepingen, omdat de bovenste verdieping minder krachten hoeft te dragen. Dit principe is ook te zien aan de liggende betonnen balken, deze worden namelijk richting te uiteinden dunner. Hiermee benadrukt de constructie het open en lichte karakter van het gebouw.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten